Altijd als ik op een school of bibliotheek kom krijg ik de vraag: ‘Hoe gaat het met de lammetjes? En met de poezen en het paard?’ Want over al die dieren ging het tot voor kort in deze brief. En dan vertelde ik dat er weer lammetjes waren geboren, en dat het paard ziek was geweest. En dat de poes elke dag een muisje op de mat kwam leggen, speciaal voor mij.
Maar die verhalen kan ik niet meer vertellen helaas. Want ik ben verhuisd, van de boerderij naar een huis midden in Uden. In ons tuintje is jammer genoeg geen plaats meer voor een paardenstal en een schapenhok. Zelfs Lapje, de poes, is niet meeverhuisd. Ze is zo gewend aan het vrije leven, ze is helemaal geen auto’s en fietsen gewend. Piet en Thea, de mensen die nu in de boerderij wonen, hebben de dieren overgenomen en zorgen er heel goed voor! Natuurlijk ga ik zoveel mogelijk op bezoek.
Ik woon tegenwoordig ook een gedeelte van het jaar in Frankrijk, meestal in de zomer. In een heel klein huisje in een heel klein dorpje. Buiten onder een boom staat een tafel, daar zet ik mijn laptop neer en daar schrijf ik mijn boeken. Als ik niks meer weet ga ik wandelen lang de Aveyron, dat is de rivier die voorbij ons huis stroomt. In de verte zie ik bergen. En vooral in het voorjaar bloeien er honderdduizend klaprozen langs de wegen en in de weilanden.
Het dorpje is heel oud, wel meer dan duizend jaar. Vroeger woonde er een ridder, die heette Florian. Zijn kasteel staat er nog. Nu werd dat kasteel wel eens overvallen door roofridders. Maar Florian was slim. Hij liet een toren bouwen met een wenteltrap. De onderste tree van die trap was twee keer zo hoog als de gewone treden. Als de vijand in aantocht was, ging hij met zijn familie en hofhouding boven in de toren zitten. De roofridders, met hun ijzeren harnassen en stijve beenstukken, konden de eerste tree niet nemen, die was veel te hoog. Florian stond boven aan de trap en hoefde alleen maar, poef, wat pijlen naar beneden te schieten en de hele roofriddertroep sloeg op de vlucht. Dat heb ik niet verzonnen hoor, die trap met die tree is er nog steeds. Gelukkig ben ik heel erg lenig, ik spring er zo op. Maar ik heb dan ook geen harnas aan.
Wie weet, ga ik nog eens een boek over Florian schrijven. Maar nu ben ik in Nederland, en heb ik het druk met voorlezen overal. Misschien kom ik ook nog eens op jouw school. Dat zou wel héél gezellig zijn! Lees dan wel eerst een boek van mij, ik ben namelijk dol op moeilijke vragen…